Meer Kvem/ha met bodemverbeteraars

In de toekomst wordt ruwvoerteelt een steeds belangrijker onderdeel van een veehouderijbedrijf. Uit gegevens van accountants blijken er grote verschillen te bestaan in het rendement uit de ruwvoerteelt. Wanneer je bijvoorbeeld niet 11.000 kg ds/ha oogst maar 13.000 kg ds/ha met 980 VEM/kg ds van een hectare gras haalt, levert dat bij hogere teeltkosten al € 300,- extra aan voederwaarde op. Daarbij wordt het verhogen van je kVEM/ha in de Kringloopwijzer en BEX nog extra beloond en hoeft er minder voer aangekocht worden.

Om meer Kvem/ha te realiseren speelt de bodem een belangrijke rol. Door de bodem te voeden met humuszuren wisselt de bodem meer en beter nutriënten uit met de plant. Humuszuren ontstaan bij de vertering van ruwe organische stof.  Met humuszuren wordt de CEC bezetting verhoogd met voedingselementen, die later weer worden losgeweekt door plantenwortels. Daarbij verbetert humuszuren de structuur en vochthoudend vermogen van de bodem.

Het kleinere zusje van humuszuur is fulvinezuur. Fulvinezuren zijn veel kleinere moleculen dan humuszuren en worden vooral in het bodemvocht opgelost. Fulvinezuren zijn in staat om door de wortelwand door te dringen en voedingselementen die aan fulvinezuren zijn gebonden mee in de plant te nemen. Hiermee wordt de opname van meststoffen en vrijgekomen voedingsstoffen verbetert.

Met Fulvumin kunt u zowel humuszuren als fulvinezuren toevoegen aan de bodem. Fulvumin kan toegepast worden gecombineerd met drijfmest of enkelvoudig. Ook is het mogelijk om met vloeibare meststoffen te combineren. Het advies is om 15l/ha toe te passen.

Voordeel Fulvumin

  • Hoger rendement bemesting
  • Minder uitspoeling
  • Behoudt kwaliteit zode
  • Bodemverbetering
  • 30% meer opbrengst!

Wilt u liever strooien?  Nov@ GR bevat ook humus- en fulvinezuren in een goede granulaatkorrel verwerkt die goed verstrooibaar is. 50 kg/ha toepassen aan begin van groeiseizoen verbetert aanzienlijk de bodemkwaliteit.

 

Grasland scheuren of vernietigen

Wilt u grasland scheuren, doodspuiten of vernietigen? Per grondsoort zijn er verschillende perioden waarin dat mag. Op deze pagina leest u wanneer u grasland mag scheuren en wat de voorwaarden zijn.

Regels zand- en lössgrond

Gras op zand- en lössgrond mag u in verschillende perioden scheuren of vernietigen.

1 februari t/m 10 mei
U mag in deze periode het grasland vernietigen als u direct daarna een stikstofbehoeftig gewas zaait, zoals gras. Wilt u het gewas bemesten met een stikstofhoudende meststof?. U laat hiervoor een representatief grondmonster (scheurmonster) nemen.

11 mei t/m 31 mei
U mag in deze periode alleen grasland scheuren als u direct daarna gras zaait. Andere stikstofbehoeftige gewassen zaait u vanaf 11 mei niet meer.

Wilt u het gras bemesten met een stikstofhoudende meststof voor de eerste snede? Dit mag alleen als u kunt aantonen dat de aanwezige hoeveelheid stikstof in uw grond te laag is voor de stikstofbehoefte van het gewas. U doet dit op dezelfde manier zoals hierboven staat.

1 juni t/m 1 september
Ook na 31 mei mag u nog grasland scheuren als u direct daarna gras zaait. Vanaf 1 juni meldt u zich hiervoor wel aan. Dit kan tot uiterlijk 7 dagen van te voren op mijn.rvo.nl. U rekent vanaf 1 juni met een korting van 50 kilogram per hectare op uw stikstofgebruiksnorm. U mag tot en met 10 september herinzaaien.

Regels klei- en veengrond

Gras op klei- veengrond mag u in verschillende perioden scheuren of vernietigen.

1 februari t/m 15 september
U mag in deze periode het grasland vernietigen op uw klei- en veengrond.

Heeft u na het vernietigen van grasland een stikstofbehoeftig gewas gezaaid? En wilt u het gewas bemesten met een stikstofhoudende meststof? Dit mag alleen als u kunt laten zien dat de aanwezige hoeveelheid stikstof in uw grond te laag is voor de stikstofbehoefte van het gewas. U laat hiervoor een representatief grondmonster (scheurmonster) nemen.

Bron: RVO

Kijk voor actuele wetgeving op www.rvo.nl

 

Onderwerken vanggewas

Door de zachte winter en vroege zaaidatum van het vanggewas is deze goed ontwikkelt. Voor een goede start van de maisteelt is het belangrijk om het vanggewas op tijd aan te pakken.

In het vroege voorjaar helpt het vanggewas de grond sneller opdrogen en opwarmen, zodat het land eerder berijdbaar is. De kunst is om het gewas nu voor de explosieve groei aan te pakken, zodat je de opgeslagen N optimaal benut én zorgt voor een goede start van de mais.

Nadelen van te laat inwerken

De stikstof uit het vanggewas moet vrijkomen tijdens de eerste helft van de maisteelt. De vertering van het vanggewas moet daarvoor idealiter begin april starten. In de beginfase onttrekt deze vertering nog vocht en nutriënten, dit moet dus ruim voor het zaaien van de mais gebeuren.

De vochtonttrekking in het voorjaar kan bij te laat inwerken op drogere gronden een probleem vormen. Daarnaast is een massaal vanggewas lastiger in te werken.

Wat vertelt je vanggewas?

Ga dus het land in en controleer de vanggewassen. Een mooie gelegenheid om eens kritisch naar het perceel te kijken, het vanggewas laat mogelijke problemen mooi zien:

Zijn er natte plekken in het perceel?
Zijn er plekken waar de groei achter is gebleven?
Zijn er plekken waar het gewas een afwijkende kleur heeft?

Deze signalen wijzen in veel gevallen op bodemverdichting, dat op meer dan de helft van alle maispercelen voorkomt. Verdichting kan zo 10 tot zelfs 40% maisopbrengst kosten!

Oppervlakkige verdichting in de bouwvoor los je natuurlijk op met een goede bodembewerking onder droge omstandigheden. Diepere verdichting is lastiger op te lossen. Wisselteelt met gras, rode klaver of luzerne is door hun diepe beworteling een goede manier om de bodem te verbeteren. Een diepe grondbewerking gevolgd door een rustgewas zoals graan of gras kan ook een goede investering zijn.

Inspecteer nu je maispercelen en zorg voor een goede planning zodat je optimaal rendement uit de mais haalt!